Arme Schapen (Stef Bos)

De kudde loopt te grazen Geen vuiltje aan de lucht Ze vullen traag hun magen Totdat het daglicht vlucht De herder is verdwenen Voor even of voor goed Er is niemand die de weg weet Er is niemand die ze hoedt Arme schapen Hoor ze blaten, met z'n allen zo alleen Arme schapen Alleen gelaten Het zijn arme schapen Hoor ze blaten, zo verschrikkelijk alleen Arme schapen, je hoort ze vragen Voor wie, voor wat, waarom, waardoor, waarvoor, waarheen? Ze kijken naar de hemel, genageld aan de grond Ze wachten op een wonder, dat niet komt Geen herder te bekennen, opgegaan in rook Alleen het bange voorgevoel gaat met ze op de loop Ze horen in gedachten de wolven in het bos Al is het een illusie, het laat ze niet meer los Niemand in de kudde die de ander nog vertrouwt Kijk ze verstoten wat vreemd is en oud Het zijn arme schapen Hoor ze blaten, met z'n allen zo alleen Arme schapen Alleen gelaten Het zijn arme schapen Hoor ze blaten, met z'n allen zo alleen Arme schapen, je hoort ze vragen Voor wie, voor wat, waarom, waardoor, waarvoor, waarheen? Het zijn arme schapen Hoor ze blaten, zo verschrikkelijk alleen Arme schapen Alleen gelaten Het zijn arme schapen Hoor ze blaten, met z'n allen zo alleen Arme schapen, je hoort ze vragen Voor wie, voor wat, waarom, waardoor, waarvoor, waarheen? (Waar gaat de kudde heen?)