De Hemel (Stef Bos)

Toen ik klein was, was de hemel  Ergens boven in de lucht  En je kon er enkel komen  Met een allerlaatste zucht  Iedereen droeg witte lakens  En je lieps langs gouden straten  Over pleinen met fonteinen  Vol met rode limonade  En je vloog door witte wolken  En een engel hield je vast  En je kon op water lopen  Want het water was van glas  Iedereen was daar gelukkig  Nooit meer honger  Nooit meer pijn  Had je hier alleen elende  Daar zou alles anders zijn  Maar ik weet niet meer  Waar de hemel is  Ik weet niet waar ik heen ga na dit leven  Toen zag ik de hemel  Met de ogen van een kind  Maar die is voorgoed verdwenen  De hemel is verdwenen  Ik werd ouder en geloofde  In een an'dre fantasie  En ik volgde Zarathusta  Met een soort van anarchie  Want ik vloog over de wolken  Naar een land hier ver vandaan  Maar ik zag geen gouden poorten  En ik zag geen fonteinen staan  En ik weet niet meer  Waar de hemel is  Ik weet niet waar ik heen ga na dit leven  Soms zie ik de hemel  In de ogen van een vrouw  Maar dat duurt meestal maar even  De hemel duurt maar even