Witsand (Stef Bos)

waar de brede rivier zich verliest in de zee waar een wolk in de verte het zonlicht breekt en de tijd ademt traag, want de tijd die slaapt in de armen van de baai waar die ZO waait en ik volg mijn schaduw langs een eindeloos strand tot de zon ondergaat in het binnenland - in Witsand waar je voelt dat er niets is gemaakt om te blijven waar je omkijkt en ziet hoe je sporen verdwijnen want de golven die komen en de golven die gaan en de zee die beweegt in de maat van de maan in een land waar de toekomst vecht met het verleden ver van hier in onrustige steden ver van dit strand - in Witsand en ik loop door de jaren langs een eindeloos strand en ik probeer te verklaren hoe ik hier ben beland hoe sterk is het toeval, hoe sterk is het lot? ben ik wie ik zijn wou, is het dit wat ik zocht? en ik praat met de zee en ik praat met de doden en ik mis soms een god om in te geloven zoals toen ik klein was vlak voor het slapen wist dat er iemand over mij waakte nu sta ik hier 's nachts, kijk naar de sterren weet niet goed meer wat ik moet zeggen 'k voel me soms moe, 'k voel me soms leeg hoe langer ik leef hoe minder ik weet hoe minder ik denk in goed en in kwaad in waarheid en leugen, in liefde en haat geef mij maar de wolken, geef mij maar de lucht ik kan er uren naar kijken, misschien is dat het geluk misschien ligt daar het geluk waar de brede rivier zich verliest in de zee waar een wolk in de verte het zonlicht breekt en de tijd ademt traag want de tijd die slaapt in de armen van de baai... waar die ZO.... waait